Helende verhalen: De oude vrouw en het kleine kind

Kom laat me je vertellen, mijn lief. Laat me je vertellen over de oude vrouw en het kind.

Niet zo heel lang geleden en ook niet erg ver weg was er een oude wijze vrouw. In haar lange leven had ze veel gezien en meegemaakt. Sommige dingen waren goed geweest en andere niet. Maar ouderdom is een zachte zegen, mijn lief, want door de jaren heen worden de rauwe randjes van het leven af geslepen.

De vrouw leefde erg op zichzelf, want de mensen hadden haar niet graag. De mensen vermeden haar omdat haar huid te gerimpeld was, omdat ze de donkere haren op haar bovenlip gewoon liet groeien en omdat ze een paar tanden misten. Bovendien liep ze in oude kleren die niet meer zo heel schoon waren. De mensen meden haar en noemden haar een heks.

Maar dat kon de wijze vrouw niet schelen, want zij wist dat ze niet haar lichaam was. Wanneer de mensen haar wegstuurden, dan deed haar dat geen pijn, want ze begreep dat de mensen zichzelf pijn deden.

Zoals ik al zei leefde de vrouw erg op zichzelf en in een klein huisje in het bos. Daar genot ze volop van de natuur, ze zong met de kruiden uit haar tuin en sprak met de vogels. Ze had een goed leven.

In dat bos leefde ook een klein kind. Een lief klein meisje. Vol levenslust en verwondering. Dat kleine kind had een heerlijk leven, want ze was nooit alleen. Ze had elfen en kabouters om mee te spelen en ook de dieren waren haar vrienden. Als ze honger had liet de appelboom een smakelijke sappige vrucht los, die de kleine gretig en genietend opat. Als het donker werd en de kleine moe begon te worden, spreidde het gras zichzelf uit zodat ze een heerlijk zacht bedje had. De boom sloot zijn takken beschermend om zijn kleine vriendin heen.

Op een  gelukkige dag kwamen de wijze vouw en het kleine kind elkaar tegen op de kruising midden in het bos, en ze hielden meteen van elkaar.

Het meisje wist er niets van dat het oudje niet aan de normen van de dorpelingen voldeed en de vrouw moest glimlachen om de argeloosheid van haar kleine vriendin. Totdat ze dit kind ontmoette had de vrouw geen gemis gevoeld, maar na deze bijzondere middag wist ze dat dit zo was geweest.

De vriendschap van de kind en de vrouw gaf hen allebei veel geluk. In het huisje van de  vrouw werd er na jaren weer gelachen en ze speelden samen in de tuin. De vrouw leerde het leergierige meisje allerlei wijze dingen en het kind leerde de vrouw weer speels te zijn.

Na veel gelukkige jaren kwam de dag dat de vrouw zich met haar voorouders verenigde en het kind bleef alleen achter.

Maar ze wilde niet alleen zijn en vertrok naar het dorp in de mensenwereld. Omdat ze mooi, jong, gezond en vrolijk was, werd ze daar met open armen ontvangen. En ik moet je zeggen mijn lief, ze liet het zich welgevallen. Ze deed mee met de feesten van de dorpelingen en nam al snel hun gewoontes aan. Maar haar wijze vriendin vergat ze niet en af en toe voelde ze de pijn van het gemis.

Er verstreken weer vele jaren en de inmiddels oude vrouw had in haar lange leven had ze veel gezien en meegemaakt. Sommige dingen waren goed geweest en andere niet. Maar ouderdom is een zachte zegen, mijn lief, want door de jaren heen worden de rauwe randjes van het leven af geslepen.

Voor de oude vrouw had mensenwereld had haar glans verloren en ze ging op zoek naar het huisje in het bos waarin ze vroeger zo gelukkig was geweest. En daar aangekomen, mijn lief, ging haar hart weer open. Ze genoot ze volop van de rust en de natuur, ze zong met de kruiden uit haar tuin en sprak met de vogels en ze had een had een goed leven.

 

Op een goede dag ging ze weer eens wandelen in het bos waar in zij zich zo thuis voelde. Op dezelfde kruising van wegen ontmoette ze een klein kind. En hun harten maakten een sprong van vreugde van herkenning.